Karakter en omgangstips

Bij de keus voor een beauceron kiest u voor een grote, sterke hond met een nadrukkelijke behoefte aan  contact met zijn baas. Een baas die hij gehoorzaamt maar die zijn neiging zelfstandig te reageren op situaties waardeert en in goede banen kan leiden zonder dat initiatief te bestraffen. Een beauceron opvoeden kan de eerste anderhalf/twee jaar erg veel tijd en energie kosten. Een beauceronbaas moet zijn hond zorgvuldig en consequent benaderen, met een zeer vaste maar nooit harde hand. Het is een “chien rustique”, een plattelandshond en hij heeft een grote hekel aan een onrustige baas die in hectische toestanden verzeild raakt. Bij gebrulde bevelen en bruut optreden van zijn eigenaar zal hij in de war raken, zenuwachtig worden en soms zelfs bang en/of agressief. Men realiseert zich niet altijd dat deze grote en soms zelfs wat nors uitziende honden zo fijngevoelig zijn. Zij kunnen enorm veel leren, maar dan wel op een aan hun aard en aanleg aangepaste manier.

Agressiviteit wordt in de rasbeschrijving in de Standaard trouwens uitdrukkelijk als ongewenst beschreven, net als overdreven schuwheid. Helaas komen angst en agressie wel voor binnen het ras, een  fout tegen de rasstandaard, belastend voor de hond en zijn omgeving en soms zelfs gevaarlijk.

Sommige mensen zien nervositeit en zenuwachtig gedrag aan voor “temperament”, maar een Beauceron die constant keft, voortdurend in beweging is zelfs wanneer zijn baas dat niet is en voortdurend hijgt ook als het niet warm is heeft niet “ veel temperament”. Een beauceron met dergelijk gedrag is over zijn toeren. 

De beauceron is een ras met gebruiksaanwijzing, maar wie er de moeite voor wil doen om hem te begrijpen zal eraan verknocht raken.