Verenigingsfokreglement
BEAUCERONCLUB NEDERLAND
Definitief
25 april 2026
Auteurs:
Fabrice Ottburg
Marie-Louise Roijmans &
Charles Louis Brands
Voor het ras: BEAUCERON
Uitgangspunten en toelichting bij het Verenigingsfokreglement (VFR)
- Elke bij de Raad van Beheer aangesloten rasvereniging is verplicht een VFR op te stellen volgens het format Verenigingsfokreglement van de Raad van Beheer. In het Kynologisch Reglement (KR) is hierover de volgende regelgeving opgenomen.
- De voor het VFR relevante artikelen in het KR, ofwel het Basisreglement Welzijn & Gezondheid (BWG), zijn met meerderheid van stemmen door de bij de Raad van Beheer aangesloten verenigingen aangenomen. Deze artikelen zijn per definitie verplicht.
- De rasvereniging kan bij de artikelen zien wat de mogelijkheden zijn. Het is mogelijk om artikelen te verzwaren en of nieuwe artikelen toe te voegen, mits deze niet in strijd zijn met het KR.
De volgende keuzes zijn aangegeven bij de artikelen:
- Verplichte tekst, de vereniging moet de formattekst integraal overnemen
- In de geest van, de vereniging dient een vergelijkbare tekst op te nemen
- Suggestie, de vereniging heeft de keuze om een suggestietekst over te nemen
- Keuzemenu, de vereniging heeft de keuze uit verschillende teksten
- Wel of niet opnemen, de vereniging heeft de keuze om een artikel wel of niet integraal op te nemen.
- De naleving van het KR wordt gecontroleerd door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
- De naleving van het VFR wordt gecontroleerd door de betreffende rasvereniging.
1. ALGEMEEN
1.1 Dit VFR voor de (BEAUCERONCLUB NEDERLAND), hierna te noemen de rasvereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Beauceron zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging of anderzijds officieel geregeld. Dit VFR is goedgekeurd door de algemene vergadering van de rasvereniging op 25 april 2026. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene vergadering van de rasvereniging
1.2 Dit VFR geldt voor alle leden van de Beauceronclub Nederland in Nederland
1.3 Het bestuur van de rasvereniging dient de door de algemene vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het KR, die betrekking hebben op dit VFR en een verzwaring of aanscherping van de regelgeving betreffen, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene vergadering van de rasvereniging. Dit ontslaat het individuele lid en de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de rasvereniging hier in gebreke blijft. Ieder individueel lid en individuele fokker is en blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk voor naleving van het KR, wettelijke en overige regelgeving.
1.4 Inschrijving van een nest in het Nederlands Hondenstamboek (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het KR.
2. FOKREGELS
2.1 Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar halfbroer, haar zoon, haar kleinzoon of oom.
Voor pups, die uit een in het NHSB ingeschreven teef geboren zijn, als gevolg van een dekking die heeft plaatsgevonden in strijd met dit artikel, wordt de opname in het NHSB geweigerd. (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR).
2.1.1 Kleurcombinaties
Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende kleurcombinaties niet toegestaan: een reu en een teef van beide de kleur arlequin mogen niet aan elkaar gepaard worden. Alleen de kleurcombinaties zwartbruin (black&tan) X zwartbruin, arlequin X zwartbruin zijn toegestaan.
Advies (facultatief) over inzet arlequin: in een zwartbruin (black&tan) kan crypted merle[1] zitten. Geadviseerd wordt om indien er in de lijn van de zwart bruine arlequins voorkomen (tot 10 generaties terug), om dan ook zwartbruin te testen op crypted merle.
2.2 Oudercombinaties
Dezelfde oudercombinatie is maximaal twee maal toegestaan.
2.2.1 Het herhalen van de combinatie is slechts toegestaan indien er zich in het 1e nest binnen achttien maanden géén bewezen erfelijke problemen hebben geopenbaard.
2.3 Aantal reuen per dekking
Het is wel toegestaan dat een teef tijdens een en dezelfde loopsheid door één extra reu[2] wordt gedekt.
2.4 Minimumleeftijd reu
Op de dag van de dekking moet de reu minimaal de leeftijd van achttien maanden hebben bereikt.
2.5 Aantal dekkingen
De reu mag per kalenderjaar in Nederland maximaal 2 nesten per 12 maanden voortbrengen met een totaal van maximum 5 nesten in Nederland gedurende zijn leven.
Als geslaagde dekking in Nederland geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in het NHSB. In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (artikel III.14 KR en artikel III.14A KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking. Indien sperma van de reu wordt gebruikt voor kunstmatige inseminatie (KI) staat dit voor het bepalen van het maximale aantal dekkingen gelijk aan een natuurlijke dekking. Zie 2.8 kunstmatige inseminatie (KI).
Daarnaast mag de reu buiten Nederland ook nog maximaal tien geslaagde nesten in zijn leven verrichten met een totaal van maximaal vijftien (vijf in Nederland en tien in het buitenland) geslaagde nesten. Indien de reu alleen in het buitenland wordt ingezet geldt ook het maximum aantal van vijftien geslaagde nesten. Dekkingen van reuen in het buitenland worden gemeld bij de desbetreffende rasvereniging voor beaucerons in het land van dekking. Daarnaast geldt er een meldingsplicht bij de BCN voor een dekking in het buitenland.
Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit tenminste één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in een buitenlands FCI erkend stamboek.
2.6 Cryptorchide en monorchide reuen
Cryptorchide of monorchide reuen[3] zijn uitgesloten van de fokkerij. De fokker of eigenaar kan voor deze reuen een fokverbod/Limited Registration aanvragen.
2.7 Gebruik buitenlandse reuen
2.7.1 Gezondheids- en screeningsregels buitenlandse reu
Wanneer voor een dekking een buitenlandse reu met een door de FCI erkende stamboom wordt gebruikt dan dient deze reu bij voorkeur te voldoen aan de gezondheids- en screeningsregels zoals deze gelden voor een Nederlandse reu. De kwaliteit van de uitvoering en beoordeling van de bij de buitenlandse reu uitgevoerde gezondheids- en screeningsonderzoeken dient zoveel mogelijk vergelijkbaar te zijn met de gezondheids- en screeningsonderzoeken zoals deze in dit VFR zijn opgenomen. Een buitenlandse reu, die lijdt aan een aandoening die volgens dit VFR fok uitsluitend is, mag niet worden gebruikt voor een dekking in Nederland.
2.7.1.1 De buitenlandse reu dient ten minste te voldoen aan de gezondheids- en screeningsregels, zoals deze gelden in het land waarin hij staat ingeschreven.
2.7.2 Overige fokeisen buitenlandse reu
Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse fokker voor een dekking een reu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die voor dekreuen in dat betreffende land gelden. De controle of de dekreu aan de eisen van verenigingsfokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.
2.8 Kunstmatige inseminatie (KI)
2.8.1 KI met sperma van een levende reu
2.8.1.1 Tekst box: wat zegt de wet over fokken middels kunstmatige inseminatie (KI)
In de wet ‘Besluit houders van dieren’, geraadpleegd op 18-10-2025.
Geldend van 01-07-2024 t/m heden, staat onder artikel 3.4. Fokken met gezelschapsdieren, onder lid 1: ‘Het is verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld’.
Onder lid 2: ‘In ieder geval wordt bij het fokken, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk voorkomen dat:’ en onder 3.4.2 lid d: ‘voortplanting op onnatuurlijke wijze plaatsvindt’.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035217/2024-07-01
Het artikel biedt dus ruimte (lid 2 voor zover mogelijk) om onder bepaalde voorwaarden KI toe te passen. De NVWA meldt hierover op hun website het volgende over het toepassen van KI:
Mag u kunstmatige inseminatie toepassen bij kortsnuitige honden?
U mag kunstmatige inseminatie bij honden niet structureel toepassen in uw dierenartspraktijk. Dekking en dracht moet zoveel mogelijk via de natuurlijke weg verlopen. Past u kunstmatige inseminatie toch toe? Dan moet u op de patiëntenkaart van het dier vastleggen waarom u daarvoor heeft gekozen.
Uitzonderingen
Er zijn twee uitzonderingen waarbij u kunstmatige inseminatie wel mag toepassen.
- natuurlijke dekking niet mogelijk
Natuurlijke dekking is voor de teef of reu niet mogelijk vanwege een kortdurende blessure, zoals bijvoorbeeld kreupelheid. Voorwaarde hierbij is wel dat het dier volledig geschikt moet zijn voor de fokkerij en in staat moet zijn om de dracht volledig uit te dragen. - verbreding genetische basis
Het sperma van de dekreu komt uit een ander land of van een overleden reu die beiden gunstige eigenschappen hebben die leiden tot verbreding van de genetische basis van een ras in Nederland.
https://www.nvwa.nl/onderwerpen/honden-en-katten/informatie-voor-dierenartsen-over-kortsnuiten
Met inachtneming van de wet kan dus in uitzonderingssituatie KI worden toegepast. Indien van deze uitzonderingssituatie gebruik wordt gemaakt dan kan dit onder de vlag van de Beauceronclub Nederland alleen maar als:
- De reu mag pas worden ingezet door middel van KI, indien hij zich eerst bewezen heeft bij een natuurlijke dekking, waarbij gezonde pups zijn geboren.
- Voor een teef geldt ook dat deze pas kan worden ingezet bij KI, nadat haar eerste nestje tot stand is gekomen op natuurlijke wijze en er gezonde pups zijn geboren.
Wanneer voor kunstmatige inseminatie (KI) het sperma gebruikt wordt van een nog levende reu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement (VFR) alsof het een natuurlijke dekking van de reu betreft.
2.8.2 KI met sperma van een overleden reu
Wanneer voor KI het sperma gebruikt wordt van een reeds overleden reu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit VFR alsof het een natuurlijke dekking van de reu betreft. Onderzoeken met een beperkte geldigheidsduur, dienen ten tijde van het afnemen van het sperma aan de voorwaarden te voldoen.
Wanneer voor KI het sperma gebruikt wordt van een reeds overleden reu en de regelgeving in het VFR is uitgebreider en/of zwaarder dan deze was ten tijde van het leven van de reu, dan gelden de volgende aanvullende regels:
- De overleden reu moet gedurende zijn gehele leven minimaal voldaan hebben aan de in die periode geldende gezondheidsregels voor het ras in het land waar de reu was ingeschreven.
- Het sperma van een overleden reu, waarvan bekend is dat hij leed aan een aandoening die volgens het huidige VFR fok uitsluitend is, mag niet voor KI worden gebruikt.
3. WELZIJNSREGELS
3.1 Minimumleeftijd teef
Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 24 maanden (2 jaar) heeft bereikt.
3.2 Maximumleeftijd teef eerste nest
Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden (tot 6 jaar) heeft bereikt.
3.3 Maximumleeftijd teef
Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden (tot 8 jaar) heeft bereikt.
3.3.1 Vanaf 84 maanden (7 jaar) is er een gezondheidsverklaring van een dierenarts nodig om te mogen fokken.
3.4 Maximum aantal nesten
Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar derde nest is geboren.
3.5 Minimumperiode tussen twee nesten
Een teef mag niet worden gedekt als deze dekking tot gevolg heeft dat tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van deze teef geen termijn van tenminste 12 maanden zit.
Voor pups, die uit een in het NHSB ingeschreven teef geboren zijn, als gevolg van een dekking die heeft plaatsgevonden in strijd met dit artikel, wordt de opname in het NHSB geweigerd. (Artikel VIII.4 KR).
4. GEZONDHEIDS- EN SCREENINGSREGELS
4.1 Gezondheids- en screeningsonderzoeken
Beide ouderdieren dienen voorafgaand aan de dekking in het bezit te zijn van een geldige uitslag van de in het VFR verplichte gezondheids- en/of screeningsonderzoeken. De uitslagen van de geadviseerde en verplichte gezondheids- en screeningsonderzoeken moeten voldoen aan de artikel 4.4 opgenomen criteria.
4.1.1. Voor de verplichte gezondheids- en screeningonderzoeken wordt de peildatum van 1 januari 2026 gehanteerd (totdat de VFR is geaccordeerd door de Raad van Beheer). Dat houdt in dat bij kracht worden van dit VFR alle vanaf die datum geboren honden aan de verplichte gezondheidsonderzoeken dienen te voldoen. Voor honden die geboren zijn na 1 januari 2020 geldt dat zij nog kunnen worden ingezet op basis van de gezondheidsonderzoeken die eerder in hun leven zijn verricht. Dit is om te voorkomen dat geschikte oudere reuen die een bijdrage kunnen leveren aan de genetische variatie binnen de beauceronpopulatie worden uitgesloten van de fokkerij. Gezondheidstesten die eenvoudig kunnen worden uitgevoerd en zonder leeftijdsbeperking, zoals DF, dienen alsnog te worden uitgevoerd.
4.2 Verplichte gezondheids- en screeningsonderzoeken
In het kader van de preventie van gezondheidsproblemen dienen beide ouderdieren voorafgaand aan de dekking onderzocht te zijn op:
Heupdysplasie (HD)
Minimaal twaalf maanden oud bij onderzoek. Bij HD: ouderdieren moeten conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht op heupdysplasie.
Elleboogdysplasie (ED)
Minimaal achttien maanden oud bij onderzoek.
Congenital deafness/Doofheidsgen (DF)
Na de geboorte kunnen pups al worden getest op congenital deafness/doofheidsgen. Dit geldt ook voor jonge en volwassen honden die niet getest zijn.
4.3 Geadviseerde gezondheids- en screeningsonderzoeken
De volgende onderzoeken worden geadviseerd en zijn facultatief, de opsomming is niet uitputtend (niet verplicht vanuit de Beauceronclub Nederland):
- Ectopisch ureter (EU)
- Hartspierziekte DCM (dilaterende cardiomyopathie)
- Cataract (grauwe staar)
- Degeneratieve Myelopathie (DM)
- Progressieve retinale atrofie (PRA)
- DNA profiel op erfelijke aandoeningen
4.4 Criteria waaraan de gezondheids- en/of screeningsonderzoeken moeten voldoen
De genoemde gezondheids- en/of screeningsonderzoeken moeten voldoen aan de volgende criteria: door de Raad van Beheer aangewezen deskundigen conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.5 Resultaten van gezondheids- en screeningsonderzoeken
Heupdysplasie (HD) A of B
Bij HD: ouderdieren moeten conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht op heupdysplasie waarbij de volgende combinaties zijn toegestaan:
HD A x HD A, HD A x HD Ben HD B x HD B.
Voor Elleboogdysplasie (ED)
Vereiste resultaat van het ED onderzoek dient ‘0 ≈ vrij’ te zijn.
Congenital deafness/Doofheidsgen (DF) Vrij of Drager
Met een reu die drager is van DF mag slechts één dekking worden uitgevoerd met een teef die vrij is van DF. Met een teef die drager is van DF mag slechts een dekking worden uitgevoerd met een reu die vrij is van DF. Alleen als de teef leeg is gebleven mag een tweede dekking met deze teef worden uitgevoerd.
Alle pups die in Nederland worden geboren, ook als deze uit DF vrije honden komen, dienen te worden getest op DF. Vanaf 1 januari 2029 wordt er binnen de Beauceronclub Nederland niet meer gefokt met DF honden. Dit om te voorkomen dat DF zich als een olievlek binnen de populatie uitspreidt. Fokkers kunnen met DF vrije honden uit het laatste nest verdergaan binnen hun fokkerij.
Honden met de volgende uitslagen mogen niet ingezet worden voor de fokkerij:
Voor Heupdysplasie (HD): HD-C, HD-D en HD-E.
Voor Elleboogdysplasie (ED): graad 1 en graad 2.
Voor congenital deafness/Doofheidsgen (DF): drager x drager, lijder x drager en lijder x lijder.
4.6 Aandoeningen
Met honden die lijden aan een ziekte of afwijking die volgens gangbare veterinaire normen als chronisch en/of erfelijk beschouwd wordt, mag niet worden gefokt.
Met honden die epilepsie hebben, is het verboden om mee te fokken. Dit is bij wet vastgesteld.
4.7 Geen opname in NHSB
Voor pups die worden geboren, terwijl één of beide ouderdieren één van onderstaande uitslagen van een screeningsonderzoek heeft, wordt opname in het NHSB geweigerd:
- Heupdysplasie HD-D en HD-E;
- Elleboogdysplasie ED II en ED III;
- Patella luxatie graad 2 en hoger;
- ECVO-oogaandoeningen met het fokadvies “no breeding from the affected animal”;
- Cochleaire doofheid.
5. GEDRAGSREGELS
5.1 Karaktereisen
Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de FCI rasstandaard zijn beschreven.
5.1.1. Een beauceron is vrij te benaderen en zonder vrees. De uitdrukking is vrijmoedig, nooit vals, noch schuw noch onrustig. Het karakter van de beauceron moet braaf en onverschrokken zijn.
5.2 Verplichte gedragstest
Beide ouderdieren moeten voorafgaand aan de eerste dekking met goed gevolg de door de Raad van Beheer/rasvereniging erkende gedragstest hebben afgelegd
5.2.1 Tot voor kort was de MAG (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag) test leidend, maar deze wordt niet meer ondersteund door de Raad van Beheer. Tot enige jaren geleden werd door BCN-deelnemers de TOP test gehanteerd. Deze verdween echter uit beeld, maar is recent weer een reële optie.
Naast de TOP-test zijn de volgende opties mogelijk voor een gedragstest.
Optie 1: MAG (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag)-test.
Optie 2: Sociale Huishond (SHH) examen (Federatie Hondensport Nederland).
Optie 3: Franse karaktertest (Cotation 2).
Optie 4: VZH (Verkeerszekere Hond/Begeleidingshond).
Optie 5: NHAT.
Voor de TOP test en de MAG test dient de hond minimaal 18 maanden te zijn.
6. WERKGESCHIKTHEID
6.1 Beide ouderdieren moeten voorafgaand aan de eerste dekking aantoonbaar voldaan hebben aan de volgende werkgeschiktheidseisen
Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidstest niet van toepassing
7. EXTERIEURREGELS
7.1 Diskwalificerende of uitsluitende fouten
Met honden die één of meer van onderstaande, volgens de FCI rasstandaard diskwalificerende of uitsluitende fouten vertonen, mag niet worden gefokt.
Diskwalificerende of uitsluitende fouten bij de beauceron zijn:
- Agressief of overdreven schuw.
- Schofthoogte afwijkend van de door de standaard gestelde limiet.
- Te licht bone.
- Ogen te licht, of blauwe ogen (behalve bij de arlequin).
- Gespleten neus, anders gekleurd dan zwart, ongepigmenteerde vlekken.
- Bovenvoorbijter of ondervoorbijter met contactverlies, ontbreken van drie of meerdere elementen (de eerste premolaren niet meegeteld).
- De ongecoupeerde oren stijf rechtop gedragen.
- Gecoupeerde oren (sinds 1 oktober 1996 verboden).
- Extreem uitgedraaide achtervoeten.
- Enkele hubertusklauwen of het ontbreken van de hubertusklauwen aan de achterbenen.
- Ingekorte of over de rug gedragen staart.
- Vacht: kleur en samenstelling anders dan in de standaard gedefinieerd. Ontbreken van brandaftekeningen. Ruige vacht. Een scherp afgetekende witte vlek, duidelijk zichtbaar op de borst. Bij de arlequin variëteit: teveel grijs, zwart aan een kant en grijs aan de andere, hoofd geheel grijs (afwezigheid van zwart).
7.2 Kwalificatie of exterieurkeuring
Beide ouderdieren dienen voorafgaand aan de eerste dekking tenminste tweemaal te hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie en daar minimaal de kwalificatie zeer goed te hebben behaald.
Voor buitenlandse reuen is een nationale exterieurkeuring toegestaan.
8. REGELS WELZIJN PUPS
8.1 De fokker draagt zorg voor goede huisvesting, voeding en verzorging van moeder en pups.
8.2 De fokker draagt zorg voor deugdelijke bescherming van de pups tegen infectieuze aandoeningen volgens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend EU-dierenpaspoort. De pups moeten voorzien zijn van een unieke ID-chip, voordat zij het nest mogen verlaten.
8.3 De fokker draagt zorg voor goede socialisatie van de pups.
8.4 De pups mogen niet eerder van hun moeder gescheiden worden dan op de leeftijd van acht weken en nul dagen.
8.5 Extra afspraken
De eigenaar van de teef die wil fokken, heeft tenminste twee maanden voor de dekking overleg gepleegd met het bestuur, zodat de fokkerijcommissie op verzoek van de fokker de met een gedegen, schriftelijk fokadvies kan komen.
De eigenaar van de teef die wil fokken kan als BCN-lid advies vragen bij de BCN fokkerijcommissie. Dit is niet verplicht. De resultaten van de verplichte gezondheids- en screeningsdocumenten is men wel verplicht om aan te leveren aan de BCN fokkerijcommissie/-bestuur.
De eigenaar van de teef meldt binnen een week schriftelijk aan het secretariaat:
- De dekking, met opgaaf van de namen van reu en teef en de benodigde gegevens voor de geboortelijst;
- De geboorte, met opgaaf van het aantal reuen en teven;
- Zodra de laatste pup is afgeleverd, de namen en adressen van de nieuwe eigenaren, indien hiervoor toestemming is verleend.
- De fokker doet een afdracht per pup aan de vereniging. Deze wordt door de jaarvergadering vastgesteld.
8.6 De fokker verleent zijn/haar medewerking aan het afnemen van een puppytest en nestcontrole.
9. SANCTIEBELEID
9.1 Indien een lid één of meerdere regels zoals deze zijn vastgelegd in dit VFR overtreedt, is het bestuur van de rasvereniging gerechtigd het lid één of meerdere sancties op te leggen, zoals in dit artikel staat beschreven.
9.2 Bij overtreding van de bepalingen in dit reglement kan het bestuur besluiten tot de volgende sancties:
- Niet vermelden van het -aanstaande- nest op de website.
- Niet verlenen van nestcontrole.
- Opzeggen van het lidmaatschap van de fokker.
- Alle opgelegde sancties worden gemeld in het verenigingsblad.
10. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
10.1 Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
10.2 Gezondheids- en screeningsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
10.3 In bijzondere gevallen kan het bestuur van de rasvereniging bij een besluit met betrekking tot het toestaan van een bepaalde combinatie afwijken van dit VFR, indien de belangen van het ras daardoor worden gediend. Een besluit op basis van dit lid wordt met redenen omkleed naar de leden van de vereniging gecommuniceerd.
11. INWERKINGTREDING
11.1 Na goedkeuring door het bestuur van de Raad van Beheer (Artikel 10 HR en Artikel VIII.5 + VIII.6 KR) treedt dit VFR in werking op een door de rasvereniging bepaalde dag, nadat het op een voor de vereniging gebruikelijke wijze openbaar is gepubliceerd.
Aldus vastgesteld door de algemene vergadering van de Beauceronclub Nederland op 25 april 2026